Slot Hohenschwangau

Het Slot Hohenschwangau ligt recht tegenover Slot Neuschwanstein in het dorp Hohenschwangau van de gemeente Schwangau in het bondsland Beieren.

Hohenschwangau

De oudste vermelding van kastelen op de plek van de huidige burcht Neuschwanstein stamt uit 1090. Daarmee werden de dubbelburchten Vorder- en Hinterschwangau bedoeld. De ruïnes van deze burchten hebben tot de bouw van het huidige kasteel op de rotsen gestaan. Op deze dubbelbucht woonden de heren van Schwangau. De beroemdste bewoner uit die tijd is wel de minstreel Hiltbolt von Schwangau (*ca. 1190-1256). In 1363 kwam Tirool onder Habsburgs gezag te staan en in 1397 wordt voor het eerst de naam Schwanstein genoemd, het tegenwoordige Slot Hohenschwangau, onder de oudere dubbelburcht die lastiger te bereiken was. Nadat de heer Ulrich von Schwangau in 1428 zijn heerschappij over zijn vier zonen verdeeld had, kwam het eens trots geslacht in verval. In 1440 werd het slot verkocht aan de hertog van Beieren. In 1536 stierf het geslacht uit. De dubbelburcht en Slot Hohenschwangau vervielen meer en meer. Het slot werd in de zeventiende eeuw gebruikt bij de berenjacht. Met de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) zette het verval echt door en in 1743 werd het slot ook nog geplunderd in de oorlog om de Oostenrijkse erfopvolging. Pas in 1803 kwam het Slot Hohenschwangau definitief in bezit van het koninkrijk Beieren. In 1820 werd het slot door de koning verkocht voor 200 gulden om afgebroken te worden. Maar in 1821 kocht de vorst Lodewijk van Oettingen-Wallerstein het kasteel voor 225 gulden om het voor de sloop te behoeden, de ligging was dan ook prachtig.

Kasteel HohenschwangauFoto: www.bavaria.by

De kroonprins Maximiliaan was helemaal weg van het Slot Hohenschwangau en zijn ligging en verwierf het slot in 1832 voor zichzelf. Hij hernoemde het slot naar zijn huidige naam. Maximiliaan liet het slot in 1837 door de architect en decorbouwer Domenico Quaglio, daarbij bijgestaan door de architect Georg Friedrich Ziebland, in neogotische stijl verbouwen. Toen in 1848 Maximiliaan koning geworden was, diende het slot als zomerresidentie van de koninklijke familie. Sinds 1923 wordt het slot als museum gebruikt. In het huidige Slot Hohenschwangau zijn voor een deel de buitenmuren uit de periode 1537 tot 1547 behouden. Het hoofdgebouw van vier verdiepingen dat in neogotische stijl is uitgevoerd, heeft een gevel die geel geschilderd is. Het gebouw heeft drie ronde torens en het poortgebouw heeft drie verdiepingen. Het museum bevindt zich in het hoofdgebouw. De inrichting in Biedermeierstijl is onaangetast gelaten. De meer dan negentig muurschilderingen in het gebouw zijn uitgevoerd door Moritz von Schwind en Ludwig Lindenschmit de Oudere, geholpen door Wilhelm Lindenschmit de Oudere. De thema’s van de schilderingen zijn de geschiedenis van het slot en middeleeuwse heldensagen die op hun beurt weer de inspiratie vormden voor de componist Richard Wagner.

In het dal onder Slot Hohenschwangau bevindt zich het oorspronkelijke slotpark Schwansee, naar plannen van Peter Joseph Lenné. Op de plek van een ambtswoning uit 1786 werd in de negentiende eeuw het Grandhotel Alpenrose gebouwd. Daarin is sinds 2011 het Museum der bayerischen Könige gevestigd, met stukken vanaf de middeleeuwen tot en met Lodewijk II van Beieren.