Feuchtwangen

Feuchtwangen

Feuchtwangen is qua oppervlakte een grote gemeente in de regio Frankenland, die bestaat uit 91 afzonderlijke kernen, meest dorpen en gehuchten. De gemeente van ruim 12.000 inwoners ligt in het bondsland Beieren. Feuchtwangen ligt aan de Romantische Strasse. Geografisch ligt de gemeente op de zogenoemde Frankenhöhe dat ook bekend staat als gips-keuperlandschap, een afwisseling van harde en zachte steenlagen, waardoor een sterke afwisseling ontstaat tussen diepe dalen en beboste steile hoogten. Hierdoor ontstaan bij de waterlopen brede dalen. Feuchtwangen ligt in het dal van de Sulzach.

Feuchtwangen wordt al in 818 voor het eerst in een oorkonde genoemd als zetel van het Benedictijner klooster Sint Salvator. Door zijn grote weelde aan relikwieën – onder andere een nagel van het kruis van Christus – was Feuchtwangen in de katholieke tijd een belangrijk bedevaartsoord. Naast het klooster was er ook een dorp dat tussen 1150 en 1178 tot stad werd uitgeroepen. Feuchtwangen bestond uit twee bestuurlijk gescheiden gedeelten, een keizerlijk en een kloosterlijk deel. Door zijn gunstige ligging was Feuchtwangen rijk en het werd door de keizer een drietal keren verpand. De laatste keer lukte het niet meer om de stad vrij te kopen en verloor Feuchtwangen zijn “Rijksstatus” in 1376. Al voor 1400 had Feuchtwangen een stadsmuur met drie poorten. Tussen twee grote torens springt een stuk van de muur naar voren, dat wordt de Öttingische Veste genoemd. In Feuchtwangen werden verschillende markten gehouden, waardoor de stad zijn betekenis behield en weer opbloeide in de vijftiende en zestiende eeuw. Door de Boerenoorlog van 1525 kreeg de reformatie een kans en de hele streek werd protestants. Dat betekende ook het einde van het kloosterlijke bestuur. Door een dom misverstand kwam Feuchtwangen op 30 november 1546 op de rand van de afgrond. Tijdens een kerkdienst waarbij de hele bevolking in de kerken verzameld was, werd toegang geëist door de graaf van Büren en even later zelfs de keizer. De burgemeester wilde echter niet de kerkdienst onderbreken om de poort open te maken. Dit escaleerde en de toegang werd geforceerd waarop een plundering van de stad volgde en waarbij veel uniek materiaal verloren is gegaan. De redding van volledige vernietiging kwam net op tijd in de persoon van markgraaf Albrecht die voor de stad pleitte bij de keizer. Ook de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) betekende een aanslag op de stad. Het duurde decennia voor Feuchtwangen zich hiervan hersteld had. In de loop van de negentiende eeuw veranderde het aanzicht van de stad aanzienlijk, doordat de stadsmuur werd afgebroken en Feuchtwangen een aansluiting op het spoorwegnetwerk kreeg. In de Tweede Wereldoorlog werd de kernstad zelf gespaard van oorlogshandelingen, maar enkel dorpen die tot de gemeente behoren kregen het zwaar te verduren.

Feuchtwangen heeft een aantal interessante musea:

  • Het Fränkisches Museum wordt beschouwd als een van de mooiste en rijkste musea van volkskunst in het zuiden van Duitsland. Het heeft onder andere een omvangrijke verzameling ceramiek.

  • Het Sängermuseum is het enige koormuseum van Duitsland. De Handwerkerstuben, gehuisvest in de Romaanse Kruisgang, is een dependance van het Fränkisches Museum.

  • De kleine Galerie im Forstamtsgarten. Hier worden wisselende tentoonstellingen van amateurkunstenaars gehouden.

  • De Schranne herbergt een verzameling van brandweermiddelen uit de historie.

In de historische oude binnenstad zijn de volgende bijzonderheden en monumenten te bezichtigen.

  • De markt is beroemd en wordt door de kunsthistoricus Georg Dehio de “feestzaal van het Frankenland” genoemd.

  • De ijzeren waterpomp uit 1727 op de markt wordt bekroond door een beeld van Minerva als beschermvrouwe van de handwerkslieden.

  • De voormalige Stiftskirche met een Romaanse basis en latere uitbreidingen staat op de plek van de voormalige kloosterkerk van de Benedictijnen.

  • De Johanniskirche.

  • De Romaanse Kruisgang die tegenwoordig de functie van coulissen voor het openluchttheater vervult. Sommige delen stammen waarschijnlijk uit de tweede helft van de twaalfde eeuw.

  • Er zijn nog enkele delen van de vroegere stadsmuur overeind gebleven, meestal op plekken waar huizen tegen de muur zijn aangebouwd.

  • De verschillende steegjes en straten van en rond de markt en langs de stadsmuur hebben een idyllische en schilderachtige uitstraling.

  • De Obere Tor is de enige van de stadspoorten waarvan nog wat over is. Hoewel hij in de negentiende eeuw tot een Biedermeier poorthuis is omgebouwd.

  • De “Kasten” naast de Johanniskirche is een vakwerkhuis uit 1565.

  • Op de Taubenbrünnlein is de sage over de stichting van Feuchtwangen door Karel de Grote afgebeeld.